Teun Boumans
Adviseur en partner

Jip-en-janneketaal? Doe liever normaal

January 17, 2019

Je zag de link naar deze blog. Toen klikte je erop. Wat bedoelt de schrijver? Nu lees je de inleiding. O jee toch. Wat een korte zinnen. Het lijkt wel een kinderboek! Gaat dit echt zo door?

 

Nee natuurlijk niet lezer, want jij bent een stuk ouder dan vier of vijf jaar. Je begrijpt vrij veel moeilijke woorden. Zoals participatie, huurtoeslag, dementie, mantelzorg. En je draait je hand niet om voor een zin die langer is dan acht, negen of zelfs negentien woorden. Dat geldt voor de meeste volwassen lezers. Toch krijgen wij vaak de vraag: kun je deze boodschap omzetten naar jip-en-janneketaal, zodat onze doelgroep haar begrijpt? En omdat we veel werken in het maatschappelijk werkveld, is die doelgroep in veel gevallen ‘de burger’, ‘de cliënt’ of ‘de bewoner’.

 

 

 

 

Klare taal is geen simpele taal
Natuurlijk weet ik ook wel dat onze opdrachtgevers niet willen communiceren in de taal uit de boekjes van Annie M.G. Schmidt. De bedoeling is: begrijpelijke taal. Korte zinnen, geen moeilijke woorden. En voor de duidelijkheid: wij zijn bij Einder voorstanders van klare taal en eenvoud. Ik durf ons zelfs voorvechters van klare taal te noemen. Maar dat is iets anders dan simpele taal. Waarom zouden we toch voor ‘de burger’ en ‘de bewoner’ door de knieën moeten? Dat is een misverstand en een arrogante gedachte bovendien. En het maakt dat je als afzender – gemeente, woningcorporatie, zorginstelling – juist afstandelijk overkomt bij je ontvanger.
Een persoonlijke en gelijkwaardige relatie, dát is waar ontvangers behoefte aan hebben. En als je goed nadenkt, weet je ook dat er hoogopgeleide en laagopgeleide ‘burgers’ zijn, net zoals er oude en jonge bewoners zijn. Dat in sociale huurwoningen misschien veel mensen wonen met een smalle beurs, maar dat dat niets zegt over hun woordenschat.

 

 

“Het is een misverstand dat je voor ‘de burger’ en ‘de bewoner’ door de knieën moet. Een arrogante gedachte bovendien.”

 

 

Een hekel aan onpersoonlijke teksten
Een jaar of tien geleden leerde een onderzoek van de Nederlandse Taalunie dat het ‘de burger’ niet zozeer ergert dat er te veel onbegrijpelijke woorden en zinnen in teksten van overheden en instanties staan. Zowel laag- als hoogopgeleide burgers hebben er vooral een hekel aan als teksten onpersoonlijk zijn. Als er niet met hen wordt meegedacht, meegeleefd.
In de wereld van wonen en zorgen – de wereld waarin Einder actief is – draait het steeds vaker om maatwerk. Mensen verlangen een dienstverlening die op hun situatie en persoonlijke omstandigheden is toegesneden. Vanzelfsprekend willen ze ook graag de communicatie die daarbij past. In een taal die aansluit.

 

Tijdens een sessie met een woningcorporatie, waarin we onderzochten hoe we de standaardberichten konden omzetten naar heldere en toegankelijke taal, opperde een van de deelnemers: “Misschien moeten we helemaal geen standaardberichten meer versturen.” Uiteindelijk besloten we dat dát onwerkbaar was. Tegelijkertijd concludeerden we dat maar héél weinig standaardberichten overbleven. Simpelweg omdat er amper standaardsituaties bestaan en omdat niemand standaard is.

 

Als vanzelf normaal
Prima als je weet hoe je moet communiceren op B1-niveau. Maar daarmee ben je er niet. Je bent er, als je écht de dialoog met die ander aangaat. Als een gesprek ontstaat. Met de bewoner van de vergrijzende Bloemenbuurt, met de onwillige puber, met de COPD-patiënt die in een verbouwing zit en met de echtgenote van een jong dementerende.
Verdiep je in je doelgroepen, verplaats jezelf in hun situatie, sluit aan. Wees persoonlijk, dan doe je als vanzelf normaal. En vooruit, zijn je ontvangers een jaar vier, vijf? Jip-en-janneketaal!